Masterclass: bespreking achtergronden mandaatProvincie Limburg René Berenschot, Daniel Widijanto Roermond 9 december 2011
Masterclass: bespreking achtergronden mandaat
Provincie Limburg René Berenschot, Daniel Widijanto Roermond 9 december 2011
Agenda
Algemene introductie Portefeuille Provincie Limburg 2 | 9 december 2011, Provincie Limburg
Korte introductie BNG Vermogensbeheer Meer dan 100 institutionele relaties voor mandaten en beleggingsfondsen Vermogen in beheer in miljarden € 3 | 9 december 2011, Provincie Limburg
Vermogensbeheerorganisatie
RELATIEBEHEER/VERKOOP - Verkoop producten en diensten Onderhouden van klantenrelaties PORTEFEUILLEBEHEER - Beheer fondsen en mandaten Analyse markten en strategieën (de beleggers en analisten) - Vormen beleggingsvisie en -beleid MIDOFFICE - Liaison tussen portefeuillebeheer en administratie - Admin. ondersteuning klanten - Controle portefeuillebeheer BELEGGINGSADMINISTRATIE Fondsadministratie Beleggingsadministratie Berekenen waarden Settlements BEWAARNEMING Bewaarneming effecten Bewaarneming participaties RISICOBEHEER Risicobeheer beleggingen Risicobeheer organisatie Monitoring en rapportage Neerzetten risicobeleid COMPLIANCE - Controle organisatie / processen Controle werknemers Monitoring regelgeving DIRECTIE / BESTUUR Bestuur organisatie Commercieel / Beleggingen / Financieel / Risicobeheer Secretariaat IT / AUTOMATISERING JURIDISCHE ZAKEN MARKETING/COMMUNICATIE -INTERNE ACCOUNTANTS -FINANCIELE ADMINISTRATIE -PLANNING & CONTROL RAAD VAN TOEZICHT FONDSEN RAAD VAN COMMIS-SARISSEN Invest-ment Policy Com-mittee (IPC) Risk Management Com-mittee (RMC) 4 | 9 december 2011, Provincie Limburg
Oorsprong wet- en regelgeving
Incidenten - Ceteco-affaire (near banking problematiek) Ice save (faillisement bank; Noord-Holland, Groningen en diverse gemeenten hadden posities) - Schuldencrisis; Lehmann Brothers als ´trigger´ BZK (als toezichthouder) reageerde op deze incidenten door 2001: invoering wet Fido en handreiking treasurystatuut voor decentrale overheden 2009: aanscherping Fido en Ruddo (invoering landenrating; aanscherping ratingvereisten < 3 mnd en > 3 mnd) 5 | 9 december 2011, Provincie Limburg
Wet fido / Ruddo
Fido: Financiering Decentrale Overheden Ruddo: Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden Belangrijkste uitgangspunten: Minimaal hoofdsomgarantie obligaties en hoofdsomgarantieproducten; Garantie moet afgegeven zijn door: Entiteit met een 0% solvabiliteitsweging; Financiële instelling onder toezicht in E.E.R. met: Minimaal 2 AA-minus ratings en land van toezicht moet minimaal 2 AA-ratings hebben (dus geen Italiaanse banken, ook al hebben ze twee AA-minus ratings!). Alleen in euro’s Ook door FX-derivaten afgedekte posities mogen niet. Derivaten toegestaan Ter afdekking van risico’s Derivatentegenpartij moet voldoen aan dezelfde tegenpartijvereisten Geen aandelen, onroerend goed, grondstoffen, etc. 6 | 9 december 2011, Provincie Limburg Wel in (onderhandse) obligaties, garantie-structuren, spaarproducten, etc.
Hoe zet de provincie haar middelen uit?
Vóór ontvangst van de Essentgelden belegde provincie voor een substantieel deel in deposito's en relatief kleiner deel in obligaties Na uitkering Essentgelden is obligatieportefeuille het leeuwendeel van de beleggingen Na Europese aanbesteding in 2010/2011 is BNG Vermogensbeheer de vermogensbeheerder van de Provincie geworden Primair doel: uitbreiding uitbestede portefeuille naar € 1,1 miljard conform besluit Provinciale Staten bij begrotingsbehandeling november 2011 BNG Vermogensbeheer belegt binnen het kader van een afgegeven mandaat en doet dat in de vorm van een obligatieportefeuille Obligaties derhalve veruit het meest belangrijke beleggingssegment voor de Provincie 7 | 9 december 2011, Provincie Limburg
Algemene kenmerken obligaties
De houder van een obligatie heeft een vordering op de instelling die de obligatie heeft uitgegeven. Obligaties zijn waardepapieren aan toonder -> de houder is eigenaar. Obligaties hebben verschillende zekerheden (van hoog naar laag): Met extra onderpand / zekerheden (“covered bond”, “secured” of pandbrief); “Senior (unsecured)” = gelijkgesteld aan spaarrekening of deposito Achtergesteld (aan “senior unsecured”, met weer verschillende achterstellingen: “senior subordinated”, “junior subordinated”) Nog meer achtergesteld zijn aandelen (geen obligatie) Een (standaard) obligatie heeft: Een uitgever (issuer) Een einddatum (maturity date) Een coupon (meestal jaarlijks of per kwartaal) 8 | 9 december 2011, Provincie Limburg
Indeling obligaties 1
Op basis van markt Primair -> nieuwe obligaties (nieuwe uitgifte) Secundair -> handel bestaande obligaties Op basis van sector Staatsobligaties Bedrijfsobligaties Op basis van sub-sector Staat Semi-staat -> lokale overheden, regionale overheden, supranationals, agencies Niet-staat -> banken, verzekeraars en andere financials -> Staatsgarantie 9 | 9 december 2011, Provincie Limburg
Indeling obligaties 2
Op basis van coupon Vaste rente Variabele rente Geen rente (zero coupon) -> hoofdsomgarantie producten Op basis van aflossing (nominale som wordt terugbetaald) Einde looptijd (bullet) Callable Perpetual Bankobligatie Senior Subordinated (achtergesteld) Covered (onderpand) 10 | 9 december 2011, Provincie Limburg Bepaalde typen obligaties zijn wel toegestaan, maar bij voorkeur niet gewenst, bijvoorbeeld: achtergesteld, perpetuals en CDO´s
Soorten obligaties
Diverse soorten/benamingen voor obligaties: - Private placements - Medium Term Notes - Onderhandse leningen - Commercial Paper - Converteerbare obligaties Staat versus financiële instellingen. Wij gebruiken de volgende indeling voor staatsleningen: - waardepapier uitgegeven door (decentrale) overheden - supranationale instellingen - staatsbedrijven (agency’s), niet zijnde financiële instellingen die een staatsgarantie hebben ontvangen. Ook ABNAMRO en BNG horen hier niet bij. 11 | 9 december 2011, Provincie Limburg
Spreiding: de zakkenroller als analogie (1)
XS0365559631 Mijnheer van Dalen heeft net al zijn spaargeld in contanten opgenomen bij de bank om een bedrijf te starten. Hij moet een drukke winkelstraat oversteken, waar een zakkenroller actief is. De zakkenroller heeft één kans en moet kiezen om bij 50 mensen één zak te rollen. Alle mensen op straat hebben 4 broekzakken. Welk risico is groter? 1) Mijnheer van Dalen draagt al zijn spaargeld in één broekzak; 2) Mijnheer van Dalen verspreidt zijn spaargeld over 4 verschillende broekzakken. 12 | 9 december 2011, Provincie Limburg
Spreiding: de zakkenroller als analogie (2)
Alles in één broekzak: de kans dat de dief èn mijnheer Van Dalen èn de juiste broekzak uitkiest is 1/(4x50) = 0,5%. Een zeer kleine kans, maar dat is ook de kans dat mijnheer Van Dalen AL ZIJN SPAARGELD kwijtraakt. Hij is dan tevens volledig “out of business”. Geld verspreid over 4 broekzakken: de kans dat de dief mijnheer Van Dalen kiest is 1/50 = 2%, een grotere, maar nog steeds kleine kans. De dief heeft dan ook maar 1/4 van Van Dalens spaargeld gestolen. Mijnheer Van Dalen heeft dan nog 3/4 van zijn spaargeld over, kan alsnog zijn bedrijf beginnen, geld verdienen en het verlies goedmaken. Beste is natuurlijk dat Van Dale niet 4, maar veel meer broekzakken zou hebben om het verlies verder te beperken. 13 | 9 december 2011, Provincie Limburg
Risicobeheer: Value-At-Risk (VAR)
VALUE-AT-RISK (VAR) Het maximale verlies bij een statistische betrouwbaarheid over een bepaalde tijdsperiode. VAR met 95% betrouwbaarheid 14 | 9 december 2011, Provincie Limburg
15 | 9 december 2011, Provincie Limburg
Het blijven obligaties: in tijden van crisis daalt de koers, maar uiteindelijk lossen ze af op 100 Focus op de lange termijn (strategie). Kijk niet naar korte termijn koersbewegingen
Soorten rendement
In het algemeen 5 soorten rendement te onderscheiden: Nominaal rendement (Nominal yield). Dit is de couponrente, bijv. 4%. De couponhoogte alleen zegt niets over de aantrekkelijkheid van de obligatie. Couponrendement (current yield). Dit is de coupon gedeeld door de aanschafwaarde. Bijv. Indien de coupon 4% is, en de koers vd obligatie 90, dan is het coupon rendement 4/90 = 4,44%. Indien de koers 100 is, dan is het coupon rendement gelijk aan nominaal rendement Effectief rendement (yield to maturity of yield). Dit is het rendement indien de obligatie tot einde looptijd wordt aangehouden en de ontvangen rente wordt herbelegd tot einde looptijd. Houdt rekening met koersstijging en –daling. Meest gebruikte maatstaf onder beleggers. Bijv. Coupon 4%, koers 90, looptijd 10 jaar, dan is het effectieve rendement bij benadering 5%. Gerealiseerd rendement. Het daadwerkelijk gemaakte rendement door de obigaties daadwerkelijk te verkopen of wanneer ze aflossen. “Performance”. Het totale rendement gebaseerd op verandering van marktwaarden over een bepaalde periode in het verleden, waarbij zowel gerealiseerde rendementen(verkopen, aflossingen en ontvangen coupons) en ongerealiseerde rendementen (marktwaardeveranderingen van niet verkochte obligaties) zijn meegenomen (Boekhoudkundig rendement…) 16 | 9 december 2011, Provincie Limburg
Agenda
Algemene introductie Portefeuille Provincie Limburg 17 | 9 december 2011, Provincie Limburg
Ingericht December 2009 Initieel bedrag EUR 300 miljoen Huidig vermogen EUR 850 miljoen Doelstelling Vermogensinstandhouding, niet potverteren Jaarlijkse kasstroom Buy-and-Hold karakter Samenstelling Bij aankoop in overleg met provincie bepaald Portefeuille Provincie Limburg 18 | 9 december 2011, Provincie Limburg
Regelgeving Wet fido en Ruddo en treasurystatuut Ratingvereisten Landenrating: minimaal AA (onder meer) Debiteurenrating: minimaal AA minus Solvabiliteitsvrij AAA: maximaal 20 jaar AA: maximaal 10 jaar (financiële ondernemingen) AAA: maximaal 50% per debiteur (overheden) AAA: maximaal 20% per debiteur (fin. ondernemingen) AA: maximaal 10% per debiteur (fin. ondernemingen) Overige Alleen senior papier Bij downgrading overleg Belangrijkste randvoorwaarden Provincie Limburg 19 | 9 december 2011, Provincie Limburg Maatwerkportefeuille met specifieke restricties
Inrichting portefeuille Aanvang*: - effectief rendement: 4,1% - couponrendement: 4,6% - gemiddelde couponrente: 4,4% - duration: ±7,5 - rendement Nederlandse staatslening: 3,1% - 3-maands Euribor 1,2% Spreiding - rating - landen - looptijd - sectoren 20 | 9 december 2011, Provincie Limburg Hoog rendement gewenst. Risicomitigatie door spreiden Debiteuren / obligaties * Gemeten als gemiddelde van de stortingen op 9-12-09, 13-1-2010, 1-7-2011, 30-11-2011
Comments