Leerhuis Karen Armstrong
De grote transformatieHOOFDSTUK 2
Over het opperste goed
Het opperste goed is als water. Water doet goed aan alle wezens en strijdt niet. Het woont op plaatsen door alle mensen veracht. Daarin komt de goede Tao nabij. Hij leeft graag op lage plaatsen1. Zijn hart mint de diepte In weldoen mint hij de liefde, In spreken de waarheid, In bestuur de orde, In werken bekwaamheid, In handelen het geschikte moment, Hij strijdt niet, daardoor treft hem geen blaam.
1: De aarde
LAO-TSEU, uit TAO TÊ TJING Vertaald uit Chinees door: ir. J.A. BLOK Uitg. Ankh-Hermes. Deventer 1987
Xunzi & Spiltijd: 300 v. Chr.
Het was Xunzi die in de 3de eeuw ging nadenken over de binnenkant van de voltrokken rituelen.
Het idee van een diepere spiritualiteit achter de riten.
De riten hebben een sterke transformatieve kracht voor de geest van de mens.
Riten niet meer om goden te beheersen, maar om de mens te beïnvloeden.
India ong. 900 – 800 v. Chr.
Brahmanateksten: 9de t/m. 7de eeuw v. Chr. Zij maakten einde aan religieus gemotiveerd geweld (verandering in de economie);
De ritualisten haalden die riten weg die mensen tot geweld zouden kunnen voeren.
Geweldloosheid (ahimsa) werd richting;
Een stipte uitvoering van het ritueel / fouten konden nu worden hersteld.
Strijdwagen van de deva’s
Prajapati als weg tot verinnerlijking van de dood
Uitbanning van het geweld – gevecht via spel (ahisma=geweldloosheid).
Verslaan van de dood door Prajapati. Hij slokte de dood op. Hij was nu alleen.
De mens moet nu ook de dood verinnerlijken, door de dood een deel van de mens zelf maken.
Vraagt om inzicht in het innerlijke van de mens: door zelf offer(dier) te worden bevrijdt de offeraar zich (ritueel) van de dood.
Werk van de Hervormers: groei naar inzicht in het innerlijk van de mens
Het belangrijkste effect van de hervorming van de rituelen was de ontdekking van de innerlijke wereld.
In de Indiase oudheid was de religie naar buiten en nu naar binnen gericht.
Atman = geest = zelf-ziel
Meditatie = weg naar goddelijke onsterfelijkheid
Hij die weet: `dat ben ik`.
De Indiase Spiltijd
Met het werk van de rituele hervormers was de Indiase Spiltijd begonnen:
Bevrijding van de externe riten
Schepping van het autonome zelf
Naar binnen kijken – meditatie
De Indiase queeste zou van dat moment af zich richten op de speurtocht naar het eeuwige zelf.
Máár wat ontbrak was de sterke ethische / morele betrokkenheid op de ander en het op de loer liggen van een monsterlijk egoïsme.
Een paar verzen van Brahmaan
383
Span jezelf in, verbreek de stroom;Verwerp sensueel verlangen, o Brahmaan!Als de vernietiging van het gevormde gekend is,Dan ken je het Ongemaakte, o Brahmaan.
384
Wanneer betreffende twee dingenEen Brahmaan de overkant bereikt heeft:Dan verdwijnen alle ketensVan die wetende man.
385
Voor wie deze zijde en gene zijde;Voor wie beide oevers niet bestaan:Wie angstloos is, vrij van ketens:Hem verklaar ik een Brahmaan.
Een paar verzen van Brahmaan
386
Wie mediteert, zonder smet,Al zittend, zonder corruptie,En zijn taak volbracht heeft:Het hoogste welzijn is bereikt,Hem verklaar ik een Brahmaan.
391
Wie geen slechte daad begaatMet lichaam, spraak en geest:In drie domeinen is hij beheerst;Hem verklaar ik een Brahmaan.
392
Van wie men de Dhamma leren kennen heeft,Zoals onderwezen door de Volledig Verlichtte:Men dient hem vol respect eer te betuigen,Zoals een Brahmaan het offervuur.
396
Ik noem niet iemand een BrahmaanDoor geboorte of afkomst uit een moeder.Hij wordt een hooghartig man genoemd,Indien hij nog iets in bezit heeft.Maar wie niets heeft, en nergens aan hecht:Hem verklaar ik een Brahmaan.
397
Wie alle ketens doorbroken heeft,En werkelijk geen verlangen heeft:Wie gehechtheid voorbij, onthecht is:Hem verklaar ik een Brahmaan.
402
Wie zelf het einde kentVan het lijden hier;Onthecht, de last neergelegd:Hem verklaar ik een Brahmaan.
403
Wie diepe wijsheid heeft, verstandig is;Wie weet wat het pad is en wat niet;Wie het hoogste welzijn bereikt heeft:Hem verklaar ik een Brahmaan.
Comments