V 0 Hoe meer windingen of hoe groter de snelheid of hoe sterker de magneet des te groter de uitslag. inductiespanning Inductiestroom gaat er pas lopen als er een apparaat is aangesloten.
wisselstroom
~ + - + -
Ф = magnetische flux I = stroom U = spanning N = aantal windingen P = Vermogen Ip Is Up Us
Up/Us = Np/Ns
Pp = Ps Up * Ip = Us * Is Ideale transformator (geen energieverliezen)
Wat moet je onthouden?
Inductie is het natuurkundig verschijnsel waarbij over een geleider een elektrische spanning wordt opgewekt wanneer de geleider zich bevindt in een veranderend magnetisch veld of wanneer een geleider beweegt in een magnetisch veld. Een stroom die voortdurend van richting veranderd noemen we een wisselstroom. Inductiespanning ontstaat als een magneet ten opzichte van een spoel beweegt. Inductiespanning ontstaat door verandering van de sterkte van het magneetveld van de spoel. Inductiestroom ontstaat alleen als er een apparaat is aangesloten. Hoe meer windingen een spoel heeft, of hoe groter de snelheid is van de magneet of hoe sterker de magneet is hoe groter de inductiespanning is. De inductiespanning is een wisselspanning als de sterkte van het magnetisch veld binnen de spoel afwisselend groter en kleiner wordt.
Wat moet je onthouden?
Een transformator bestaat uit magnetisch gekoppelde spoelen. Stuurt men een veranderlijke stroom door een van de spoelen, de primaire spoel genoemd, dan wordt in de andere spoel(en), de secundaire, een spanning opgewekt. Het symbool van een transformator. Een belangrijke toepassing is het omzetten van een hogere wisselspanning, zoals de netspanning, naar de gewenste lagere wisselspanning. U = spanning I = stroom P = Vermogen N = aantal windingen Up/Us = Np/Ns Pp = Ps Up * Ip = Us * Is
Huiswerk
Vragen van § 8.3 en 8.4 “Een econoom is iemand die alle antwoorden kent op de vragen van vorig jaar”
Comments